Het duizelende vuur
spoot uit haar jonge ogen, Allah’s keurslijf trok haar vormen strak.Verlaten
en vernederd was ik, virtueel barok gemaakt als Mallarmé…
Turkse navelveters scheurden of ze logen, in Istanbul bescheen de zon
een ander dak.
Mijn fundamenten zwoegden als piraten, als een klagend levenslied op volle
zee…
In Yeşims droom die
groeide als de lever op Prometheus rots slóég háár móéder níét,Uit mijn
pc kroop een dígitaal verzoek gelijk Verlaine en Rimbaud elkander susten…
haar hágelzachte borsten géén pistoolschot waard, orgiedee van vaderlijk
verdriet…
Semifredo con grappa, Góddelijke lange vingers uit da Luca’s Tuin der
lusten!…
Ik reed langzaam
over de eindeloze brug over de natte Bosporus,
en dacht na over een pasklaar recept voor integratie…
Leeuwarden, 26 mei 2003
Egbert Born